Inleiding/Voorwoord
Nieuwspagina
Gerardus van Schaik
G.A. van Schaik
H.A.G. van Schaik
Neuengamme
Bronnen/Literatuur
Kontakt + Gastenboek
Linkpagina
Foto- en Videopagina

KZ Neuengamme

 

 


De SS (Schutzstaffel) was één van de meest gevreesde organisaties onder nationaal-socialistische heerschappij. Onder de SS-leiding vielen de Gestapo (Geheime StaatsPolizei) en de eigen inlichtingendienst SD. (Sicherheitsdienst)

In die hoedanigheid was de SS mede verantwoordelijk voor de algehele bewaking van de concentratiekampen, en het bestuur en de economische exploitatie ervan. De SS beschikte over eigen bewapende troepen en eigen (economische) bedrijven. Op deze wijze kon de SS het arbeidspotentieel (lees: concentratiekampgevangenen) volledig benutten en werd er invulling gegeven aan het streven van de organisatie te komen tot een economische autonomie en een mate van onafhankelijkheid van bestaande economische machten of instanties. De beweegredenen tot oprichting of overname van bedrijven waren niet alleen een manier om te komen tot financiele onafhankelijkheid, maar tevens een economisch instrument om hun politieke doelen te realiseren en te beheersen.

 

In de door de SS opgerichte of overgenomen bedrijven bleef, naast de produktie van militaire goederen, de produktie en verwerking van grondstoffen één van de meest belangrijke bezigheden. Wat dreef deze "elite van het noord-Germaanse ras" ertoe, zich zo voortdurend en intensief bezig te houden met de fabrikage van stenen...? 

De oproep van Hitler, op 25-06-1940, om te komen tot de ontwikkeling en bouw van vijf zogenaamde 'Führerstädte' (Berlijn, Neurenberg, Hamburg, München en Linz) was er één van. Hitlers bevel en de verwachting van een snel en succesvolle afloop van de oorlog versterkten de ontwikkeling van de werkzaamheden. Na de inval van de Sovjet-Unie door Duitsland werden de plannen, ondanks de oorlogssituatie, verder uitgewerkt. 'Hitler', zo zou Albert Speer later verklaren,'had alle eventueel beperkende maatregelen opgeheven en stelde materiaal en mensen ter beschikking voor de aanleg van snelwegen, partijgebouwen en grote stadsbouwprojekten. Albert Speer, die vanaf het voorjaar van 1942 buiten Rijksminister van bewapening en munitie ook gevolmachtigde en verantwoordelijk was voor de bouwsector, stemde toe m.b.t. de oprichting van nieuwe bouwbedrijven om zodoende het werk van concentratiekampgevangenen te kunnen benutten.

 

 Hamburg was één van de vijf aangewezen 'Führerstädte' en de grootschalige bouwplannen werden op initiatief en met volledige medewerking van Hitler op gang gebracht. Er moest o.a. een 'buitenproportionele' hangbrug van 700 meter worden gebouwd die, wanneer men per schip de stad naderde, de grootsheid van Hamburg als de hoofdstad van de Duitse scheepvaart zou weerspiegelen. In Altona was een 250 meter hoog bestuursgebouw gepland en er moest een zogenaamde 'Volkshalle' ontstaan waar ruim 130.000 mensen een plaats in konden vinden.

Middels mededinging besloot Hitler aan het begin van 1939 de Hamburgse groep architekten Gutschow te benoemen tot projektleiders. Als  'architekt van de Elbe-oever' ging deze met hulp van ongeveer 100 stafleden aan de verdere uitwerking van de bouwplannen werken.Nog voor de oorlog een feit was werd er met de voorbereiding van de bouw van de brug begonnen. Door de totaal ongeschikte ondergrond stuitte men al snel op problemen. De brug zou er uiteindelijk nooit komen. De bouwplannen voor de stad Hamburg bleven, voorlopig, onveranderd. Grote delen van de stad moesten worden gesloopt of kwamen in aanmerking voor grootschalige renovatie. Het verloop van de oorlog zorgde er uiteindelijk voor dat het merendeel werd uitgesteld. Gutschow had zijn handen vol aan de bouw van gebouwen t.g.v. de luchtbescherming en de Duitse luchtmacht. Niet veel later zouden zijn prioriteiten al snel liggen bij reparatie of nieuwbouw van gebombardeerde woningen. Nog even terug naar het bevel van Hitler. Veel van de geplande nieuwbouw zou moeten worden uitgevoerd op de traditionele 'Noord-Duitse-baksteen' wijze. Hiermee was het probleem dat 'bouwstoftekorten' heette echter nog niet opgelost. Of Gutschow bij het oplossen van dit probleem zat te wachten op samenwerking met de SS blijft de vraag, maar het is zeker dat de SS op grote hulpvaardigheid en steun kon rekenen van de Hamburgse autoriteiten.

 

De oprichting van het KZ Neuengamme (1938-1942) 

 

 

   
   

Op 31-08-1938 nam de 'Deutschen Erd- und Steinwerke GmbH (in het vervolg te noemen DESt), een SS-bedrijf, een stilgelegde steenfabriek over. Gelegen aan de Dove-Elbe, een doodlopende en op dat moment onbevaarbare zijarm van de Elbe, en zo'n kleine 30 kilometer zuidoostelijk van de stad Hamburg. De daar aanwezige klei, zo zou later worden beschreven, die nodig was voor de produktie van stenen was daar van heel goede kwaliteit. In december 1938 verplaatste de SS 100 gevangenen uit het KZ Sachsenhausen (Neuengamme was toen nog een buitenkamp van Sachsenhausen) naar Neuengamme en bracht ze onder op de zolder van het droogcomplex van de oude steenfabriek. Met hun hulp moest de stilgelegde fabriek weer worden opgestart, gemoderniseerd en uitgebreid. In eerste instantie werd de verwaarloosde fabriek en de omliggende terreinen opgeknapt en de overgenomen droogruimtes en ovens gereviseerd. Net zoals met de eerder beproefde methodes in KZ Oranienburg moest er volgens bepaalde technische specificaties worden gewerkt. De eerste proeven bij de produktie van stenen liepen op niets uit. De stenen waren zo goed als onbruikbaar. Technische veranderingen, zoals een ander droog- en bakproces, bleven tot problemen leiden. Een civiele werknemer zou later verklaren dat de klei eigenlijk te nat was. Veel stenen waren gescheurd en voldeden niet aan de gestelde eisen om er iets fatsoenlijks mee te kunnen bouwen. Er onstond veel afval wat weggegooid kon worden. Dit alles kostte de DESt minstens 200.000 RM (Reichsmark) dat later in de boekhouding als 'speciale' afschrijving zou worden geboekt.

 

 

 

 Ondanks dat de technische problemen in de zomer van 1939 nog maar amper waren opgelost, ofwel vanwege deze problemen, had de SS al het lang plan om, buiten de uitbreiding van de oude fabriek, een veel grotere nieuwe steenfabriek naast deze oude te bouwen. Begin 1940 viel de beslissing om aan deze nieuwbouw de oprichting van een concentratiekamp te koppelen. Himmler had snel ruimte nodig om het groeiend aantal gevangenen te kunnen 'huisvesten'. In samenspraak met de Hamburgse autoriteiten werd besloten een concentratiekamp op het werkterrein van de nieuwe steenfabriek in Neuengamme te bouwen. Direct daarna begonnen de onderhandelingen tussen de SS-leiding en de stad Hamburg om de samenwerking bij de fabrikage van stenen middels een verdrag te bevestigen. Na drie dagen van overleg kwam men tot de volgende overeenstemming:

 

- Het nieuwe bouwprojekt zou in twee fases worden afgerond, waarbij iedere fase 20 miljoen stenen per jaar zou opleveren. De tweede fase zou pas beginnen als de stad Hamburg daar toestemming voor zou geven.

- Hamburg zou de bouw financieel ondersteunen middels een lening van 1 miljoen Reichsmark in de eerste fase, en nog eens bij de tweede fase. Beide leningen, waar 4% rente op werd geheven, moesten binnen 5 jaar worden terug betaald.

- De stad Hamburg verzekerde de SS te helpen bij de ontginning van landbouwgrond en zonodig tot onteigening over te gaan.

- De stad Hamburg verklaarde bereid te zijn het kanaal (Dove-Elbe) herinterichten, bevaarbaar te maken, te verlengen tot aan de nieuwbouw (incl. een nieuwe brug) en het terrein een aansluiting te geven op het spoorwegnet. Voor deze projekten moesten dan wel kostenloos gevangenen ter beschikking worden gesteld.

- De DESt verplichtte zich aan de wensen van de stad Hamburg m.b.t. de capaciteit, type en grootte van de geproduceerde stenen. Tevens moest 75% van de produktie zonder tussenhandel aan de stad worden geleverd en moest de prijs afhankelijk worden van de tweezijdige prestaties.

 

'De kosten speelden geen rol', zou de afdeling planning van de verantwoordelijke aannemer later zeggen. Het moest een voorbeeldfabriek worden, volmaakt, met de modernste techniek, een perfecte bedrijfsvoering en van een boven-dimensionale omvang. Tevens was het de bedoeling dat de fabriek met zo weinig mogelijk personen zou functioneren. De aannemer omschreef het produktieproces als volgt:

 

'Eerst wordt de klei via lorries en met behulp van een motoraangedreven lier naar de eerste verdieping van de fabriek gehesen. Hier wordt de klei in grote opvangbakken gekiept waar het wekenlang kan inklinken alvorens het volautomatisch naar de natte persen word vervoerd. Alles zou dubbel worden uitgevoerd, de persen zelfs viervoudig, en in lange produktiestraten worden opgesteld. Aan het einde van de middenbouw deelde deze produktiestraat zich in tweeën zodat twee onafhankelijke produktieprocessen zouden ontstaan. Elektrische wagentjes vervoeren het nog ruwe materiaal naar de droogkamer alvorens het in één van de vier ovens terecht komt'.

 

Het zou te ver gaan om alle technische facetten hier te bespreken. Opvallend is natuurlijk wel dat ondanks al deze moderne techniek in de fabriek, erbuiten de gevangenen met een schep de zware klei in de lorries of kruiwagens moesten scheppen, de rails waarover de lorries reden met de hand moesten aanleggen of verleggen, de lorries handmatig over het terrein naar de fabriek moesten worden geduwd en de genoemde, met motor uitgevoerde, lier veelal bewust en om te pesten werd uitgeschakeld zodat de gevangenen de loodzware lorries omhoog moesten duwen.

 

 

 

Op 15 juli 1940 ging de symbolische 'eerste spade' de grond in voor de nieuwe steenfabriek. In eerste instantie verliepen de werk-zaamheden volgens planning, maar bij de aanleg van de fundering stuitte men al snel op problemen. De natte ondergrond en het grondwater vormden een probleem in de drie meter diepe putten die waren gegraven en moesten dienen als fundament voor de peilers van het gebouw en de ovens. Het zou zeker tot de winter van 1940 duren alvorens men tot een oplossing zou komen. Ondertussen werd er in de oude steenfabriek druk geexperimenteerd met het ontwikkelen van nieuwe produktieprocessen. De mengverhouding van klei en zand werd aangepast, de droogtijd verandert, machines anders ingesteld en ging men over op het gebruik van andere ovens.

De daadwerkelijke bouwwerkzaamheden aan de nieuwe fabriek begonnen, nadat de vorstperiode voorbij was, begin 1941. Nadat de fundamenten klaar waren werden de staal/betonpijlers geplaatst die het enorme dak moesten dragen. Nog onder de blote hemel werden de ovens en droogkamers gebouwd. Het bekleden van de ovens met speciale tegels vergde veel oefening en zorgvuldigheid. Toen men hiermee in mei 1941 achter dreigde te raken op schema werden de werkzaamheden aan de ovens 3 en 4 stilgelegd om de ovens 1 en 2 eerst af te maken. De muren van het gebouw werden opgetrokken met stenen die men in de oude fabriek had geproduceerd. In de tweede helft van 1941 werd er begonnen aan het dak dat met enkele uitzonderingen klaar was in januari 1942. Op de plaatsen waar het dak nog niet was geplaatst waren al wel veel machines en de ketel voor de energieopwekking opgesteld. 

 

De metselwerkzaamheden werden overwegend uitgevoerd door gevangenen. Ze werkten in ploegen en op verschillende locaties tegelijk onder toezicht van voormannen en civiele arbeiders. In overeenstemming met de aanwijzingen van Himmler werden ook in Neuengamme talrijke gevangenen opgeleid tot metselaar. In Neuengamme werden vanaf begin 1941 ongeveer drie weken durende opleidingen gegeven. Tot het einde van april waren dit er 130. Van oktober 1941 tot december 1941 volgden er nog eens 150.

De installatie van machines, herfst 1941, werd uitgevoerd onder toezicht van ervaren vakmensen die door de fabrikanten naar Neuengamme werden gestuurd. (zo hielden monteurs van het Duitse AEG toezicht bij de aanleg van elektrische installaties)

 

Door de toenemende burocratische problemen in de oorlogseconomie onstonden er regelmatig vertragingen in de aanvoer van materialen en machines. Ze hebben echter nooit geleidt tot grote stagnatie bij de bouw. Zelfs toen er in december 1941 een typhus-epidemie uitbrak in Neuengamme en het gevangenenkamp onder quarantaine werd geplaatst, konden de werkzaamheden toch doorgaan. Zieke gevangenen werden niet langer ingezet, het personeel werd ingeënt, er vond een grondige desinfectie plaats en de hygiëne in de barakken van de civiele arbeiders werd onder handen genomen. Enige weken later arriveerden er de nodige civiele arbeiders uit Sachsenhausen, als ook bijna 200 gevangenen, die onder strenge hygiënische voorwaarden in het vroegere gevangenenonderkomen van de oude fabriek werden ondergebracht.

Al deze maatregelen, plus het feit dat de totale kosten van de desinfectie door het Rode Kruis ruim 53.000 Reichsmark kostte, geeft aan hoeveel belang er werd gehecht aan een snelle afbouw van de fabriek. 

 

In maart 1942 waren de oven 1 en de drooginrichting 1 bedrijfsklaar, waren alle overige installaties en machines geplaatst en kon, precies twee jaar later, op 15 juli 1942 de eerste fase officieel in gebruik worden genomen. In augustus 1942 functioneerden de ovens 1 en 2 geheel volgens plan en zoals de cijfers uitwezen fabriceerde het westelijk gelegen bedrijfsonderdeel al bijna de helft van de vooraf geplande hoeveelheden: augustus 1942 264.224 stenen, september 1942 624.676 stenen en in oktober 1942 905.297 stenen.

Ondertussen gingen de werkzaamheden in de oostvleugel door. Aan het eind van 1942 waren de meeste machines, droogkamers en oven 3 bedrijfsklaar. In 1943 kwam hier oven 4 bij. Deze tweede bedrijfshelft zou echter nooit in bedrijf worden genomen. De oprichting van de nieuwe steenfabriek in Neuengamme, in 1939 nog begroot op ongeveer 1,4 miljoen Reichsmark, kostte tot de inbedrijfsstelling in 1943 ongeveer 4 miljoen Reichsmark.   

 

   

 

  

In 1943 waren de werkzaamheden aan het toe- en afvoerkanaal voorlopig beeindigd. Onder leiding van het Hamburgse stadsbestuur was het kanaal op een voldoende diepte en breedte gebracht. Toch was er bij de werkzaamheden een achterstand ontstaan. Ondanks dat het bestuur klaagde over een te gering aantal KZ-gevangenen nam het de kosten op zich. Ze moesten wel, want ze hadden vooraf geen echte kostenraming gemaakt. Het inzetten van graafmachines (?) was veel duurder, het waterpeil bleek hoger dan verwacht en het kanaal kwam verder zuid-oostwaarts te liggen dan vooraf was gepland. Dat ook de haven maar voor tweederde af was leidde tot discussies. Uiteindelijk besloot de SS-onderneming DESt de werkzaamheden zelf af te maken. De kosten van 116.500 Reichsmark werden aan de stad Hamburg doorberekend. Er zou nog tot aan het einde van de oorlog aan de haven worden gewerkt.

 

Over de organisatie van het werk en de arbeidsomstandigheden kunt u hier verder lezen.

to Top of Page