Inleiding/Voorwoord
Nieuwspagina
Gerardus van Schaik
G.A. van Schaik
H.A.G. van Schaik
Neuengamme
Bronnen/Literatuur
Kontakt + Gastenboek
Linkpagina
Foto- en Videopagina

 

 Hieronymus Alphonsus Gerardus van Schaik 


 

 

  

Hieronymus Alphonsus Gerardus van Schaik werd op 14-03-1912 geboren in de Florastraat 11 bis in Utrecht, als derde kind uit het huwelijk tussen Gijsbertus van Schaik, geboren 11-05-1873 in Wijk bij Duurstede en Alida Tourné, geboren 01-09-1885 in Woerden. Twee eerdere kinderen uit dit huwelijk waren respectievelijk in 1910 en 1911 overleden. Hij zou in zijn kinderjaren minimaal 15 maal verhuizen alvorens hij op 03-10-1934 op zichzelf zou gaan wonen aan de 1e Daalsedijk 108 in Utrecht.

 

   

Florastraat

 

1e Daalsedijk nummers 110 t/m 116 (nummer 108 gesloopt)

 

Het moet een kwalitatief slechte woning zijn geweest (onbewoonbaar verklaard volgens Raadsbesluit 1937) want hij verhuisd per 21-11-1935, tien dagen na het overlijden van zijn vader Gijsbertus van Schaik, naar de Zilversteeg 20 in Utrecht. Hij ging hier inwonen bij de familie Vermeend die daar sinds 08-08-1935 woondde. Dit waren Cornelis Wilhelmus Vermeend, machinebankwerker, geboren in Montfoort, zijn vrouw en twee kinderen. Of Hieronymus via deze weg zijn toekomstige vrouw leerde kennen, danwel dat hij via haar aan dit woonadres kwam is onbekend. Op 04-09-1936 verhuisd hij naar de Borneostraat 24 in Utrecht waar op dat moment zijn moeder, de weduwe Alida van Schaik-Tourné woont. Hoe lang Hieronymus hier is blijven wonen is niet precies bekend. In ieder geval wordt hij op 22-06-1937 ingeschreven in de Celebesstraat 3 in Utrecht.

 

Hieronymus treedt in het huwelijk met Hendrika Adriana Vermeend, geboren 26-01-1916 in Montfoort, het vierde kind uit het huwelijk van Wilhelmus Vermeend, geboren 07-02-1885 in Vleuten en Mina van der Poll, geboren 01-05-1887 in Linschoten. 

 

   

Hendrika Adriana Vermeend

 

Wilhelmus Vermeend en Mina van der Poll

 

Uit het huwelijk tussen Hieronymus en Hendrika Adriana word op 04-07-1937 hun eerste en enige kind geboren.

Op 25-02-1941 overlijdt Hendrika Adriana Vermeend, oud 25 jaar aan de gevolgen van tuberculose. 

 

Overlijdensakte Hendrika Adriana Vermeend (bron: Utrechts Archief)

 

De oorlogsontwikkelingen van 1944 in het westelijk deel van Nederland en de daarbij ontstane voedselsituatie zijn voor Hieronymus aanleiding zijn dochter onder te brengen bij een familie in Putten op de Veluwe. De familie Simon telde al 11 kinderen en het was geen probleem als er nog een 12e mond gevoed moest worden. Hieronymus bleef in Utrecht wonen en fietste ieder weekend (of om de 14 dagen) naar Putten om daar zijn dochter op te zoeken.

 

In de nacht van zaterdag 30 september op zondag 1 oktober 1944 werd er door een samengestelde verzetsgroep tussen Nijkerk en Putten (bij de Oldenallerbrug) een aanslag gepleegd op een passerend Duits legervoertuig. Doel van de aanslag: het in handen krijgen van documenten die informatie konden bevatten over de oorlogsplannen van de bezetter. In de auto zaten 4 officieren die vanuit Utrecht onderweg waren en behoorden tot het 'Ersatz- und Ausbildungsregiment Hermann Göring, een reserve- en opleidingsregiment in Harderwijk. Er onstond een onoverzichtelijk vuurgevecht waarbij de twee Duitse korporaals Hedrich en Hüttenbreuker wisten te ontkomen, en de Duitse luitenanten Eggert en Sommer gewond raakten. Aan de kant van de Nederlandse aanslagplegers raakte Frans Slotboom dermate gewond dat hij op zondagmorgen overleed en in het bos werd begraven. Luitenant Sommer wist een dichtbijgelegen boerderij te bereiken en geeft de eigenaar ervan opdracht naar de weg te gaan en een Duits voertuig aan te houden. Dit lukt en zo werd hij door zijn kameraden afgevoerd. Hij zou later in deze nacht alsnog aan zijn verwondingen overlijden. De overige aanslagplegers vluchtten en namen luitenant Eggert mee naar hun verzamelpunt. 

 

De plaats van de aanslag - Oldenallerbrug

 

De commandant van de groep waartoe de vier Duitse officieren behoorden was Oberst Fritz Wilhelm Fullriede. Nadat hij van de aanslag had gehoord, nam hij onmiddelijk contact op met de 'Wehrmachtsbefehlhaber in den Niederlanden, Christiansen' (opperbevelhebber van Duitse troepen in Nederland) in Hilversum en liet in afwachting van antwoord alvast de straten rondom Putten afsluiten en gaf opdracht de vermiste luitenant Eggert te zoeken. Op bevel vanuit Hilversum werden er troepen uit Harderwijk, Amersfoort en Utrecht naar Putten gestuurd. Christiansen reageerde woedend: "Das ganze Nest muß angesteckt werden und die ganze Bande an die Wand gestellt".

 

   

Christiansen

 

Fullriede

 

Op zondagmorgen 1 oktober 1944 tussen 5.00 uur en 6.00 uur werden er in de buurt van de aanslag al mensen aangehouden. Tussen 7.00 uur en 8.00 uur was heel Putten omsingeld door troepen die de order hadden gekregen op eventuele vluchters te schieten. Deze order leidde tot acht doden van hen die het toch probeerden. Tussen 10.00 uur en 12.00 uur werden alle wegen buiten het dorp afgestroopt, boerderijen bezocht en werden aangehouden mannen, vrouwen en kinderen op stukken weiland bijeengebracht. Binnen de kern van het dorp vonden er nog geen rechtstreekse acties plaats. Sterker nog, men wist nog niets van de aanslag. Men ging zoals gewoonlijk naar de kerk, ondanks geruchten over een op handen zijnde razzia, schotenwisselingen en arrestaties in buurtschappen rondom Putten. Rond 12.00 uur ging de politie met de Duitse troepen in de kern van het dorp aan het werk. Huis aan huis werd de mensen gesommeerd naar de kerk te gaan. De gehele middag stroomden de vrouwen en kinderen de grote kerk binnen, terwijl de mannen op een terrein tussen de openbare school en een grote schuur werden verzameld. Een groep van veertig gijzelaars werd apart en onder strenge bewaking tegen de muur van een plaatselijke garage opgesteld.

Aan het begin van de avond mochten de vrouwen en kinderen naar huis en zodoende ontstond er enige ruimte in de kerk. Ongeveer 400 mannen tussen de 17-50 jaren oud en 'Puttenaar', werden vanuit de school, waar te weinig plaats was, naar de kerk overgebracht. De 'niet-Puttenaren' bleven achter in de school, terwijl de veertig gijzelaars werden ondergebracht in een lokaal achter de Eierhal.  

      

 

 

Grote kerk Putten

 

Monument Putten

 

De grote kerk in Putten

 

Hieronymus Alphonsus Gerardus van Schaik was één van de ruim 600 mannen tussen de 18-50 jaar die zich op maandagmorgen 2 oktober 1945 in een groot vierkant moesten opstellen op het kerkplein. Herhaaldelijk waren de mannen in zowel de kerk als in de school toegesproken zich te melden als men bijzonderheden kende over de aanslag(plegers) of over de verblijfplaats van de nog altijd vermiste luitenant Eggert. Rond 11.00 uur die morgen werd het de mannen, onder schot gehouden door diverse mitrailleurs, opnieuw gevraagd. Een enkeling trad naar voren en hoewel de door hun verstrekte informatie van weinig nut bleek, mochten ze vertrekken. Wat de mannen op het kerkplein niet wisten, maar de Duitsers naar alle waarschijnlijkheid wel, was dat luitenant Eggert inmiddels diezelfde morgen door de daders van de aanslag was achtergelaten bij een boerenbedrijf in Stroe. Vergezeld van een briefje, in zowel het Nederlands als in het Duits, met het verzoek hem over te dragen aan de dichtstbijzijnde Duitse post. Dit was gelukt en zodoende was luitenant Eggert al vroeg in de morgen in Apeldoorn aan zijn verwondingen geholpen. 

 

De Duitse organisatie verloopt "pünktlich". Op zondag 1 oktober had de Sicherheitdienst al telefonisch geïnformeerd bij Karl Berg, commandant van het PDA/Kamp Amersfoort, over de opname van een grote groep gevangenen uit Putten, was de trein al geregeld en stond het SS-Wachtbataillon Nordwest uit Amersfoort al klaar om de trein te begeleiden op zijn reis van Putten naar Amersfoort.

  

   

Spoorwegovergang bij station Putten

 

Station Putten

 

 

Het was voor de tijd van het jaar nog vrij warm weer. Veelal gekleed in zomerkleding werden de 660 mannen in groepen van honderd verdeeld en werden afgemarcheerd richting het station. Achteraan kwamen de 40 gijzelaars die uit het lokaal achter de Eierhal waren gehaald. De wandeling duurde een klein halfuurtje en aangekomen bij het station moesten de mannen zich schuilhouden in een groepje dennenbosjes terwijl men bezig was de treinstellen te rangeren.

In de kerk in het dorp waren veel vrouwen en mannen boven de vijftig achtergebleven. Daar kregen ze te horen dat men twee uren de tijd had het dorp te evacueren daar het zou worden platgebrand. In totaal zouden er die avond en nacht ruim 100 huizen afbranden of worden vernield.

 

De mannen werden per groep in de klaarstaande veewagons gedreven. De 40 gijzelaars opnieuw gescheiden van de rest in de laatste wagon. Het lukte nog menige vrouw of familielid om op het perron te komen. Zoekend naar hun man, zoon, broer of verloofde. Er werd geschreeuwd en gewezen en het lukte een enkeling om nog een overjas of een voedselpakketje in de wagon te gooien. 

"Niet staan blijven, weg mens...!" klonk het onverbiddelijke bevel. Mensen werden van het perron weggedreven, de wagondeuren schoven piepend en knarsend dicht en soldaten namen hun positie op de treeplanken in. Het sein voor vertrek werd gegeven, de stalen wielen op de stalen rails draaiden.....!   

Verder
to Top of Page