Inleiding/Voorwoord
Nieuwspagina
Gerardus van Schaik
G.A. van Schaik
H.A.G. van Schaik
Neuengamme
Bronnen/Literatuur
Kontakt + Gastenboek
Linkpagina
Foto- en Videopagina

  

Gerardus Anthonius van Schaik


 

 

Gerardus Anthonius van Schaik werd op 22 januari 1916 geboren in de Concordiastraat 53 in Utrecht. Hij was het eerste kind uit het huwelijk van Anthonius van Schaik, geboren 8 februari 1889 in Wijk bij Duurstede, agent van politie in Utrecht, en Hesselina Weijman, geboren 30 december 1890 in Wijk bij Duurstede.

Over zijn jeugd valt tot nu toe weinig te vertellen, maar op 30 augustus 1929, hij was toen 13 jaar oud, werd hij ingeschreven in de gemeente Venlo, Hoogeweg 28, waar het St.Thomascollege was gevestigd.  

 

      

St.Thomascollege - Venlo

 

St.Thomascollege - Venlo

 

Kapel van het St.Thomascollege - Venlo

 

De Nederlandse orde der Augustijnen, die vorm gaven aan de leer (Regel) van Aurelius Augustinus, wilden rond 1890 een eigen nationale eenheid vormen. Vanaf 1895 mochten zij zich een provincie noemen. Hun eerste opleidingshuis was het Monicaklooster in Utrecht, dat tegen de Monicaparochie was aangebouwd. Hun doel was het achtergebleven Middelbaar Katholiek Onderwijs te verbeteren en ver tot in de jaren '60 van de vorige eeuw hebben een groot aantal Nederlandse augustijnen het management van zes middelbare scholen behartigd. In 1920 werd het progymnasium in Venlo overgenomen van het bisdom Roermond, en werd het St.Thomascollege gesticht. In 1926 werd er een internaat aan verbonden, dat tevens diende als kleinseminarie van de orde in Nederland.

Het onderwijs lag er op een hoog niveau, tevens dankzij de academische graad van de augustijnenleraren. Het wettelijk erkende eindexamen maakte voor de leerlingen de weg vrij om op universitair niveau verder te studeren. 

 

 

Na zijn juvenaatstudie in Venlo deed Gerardus Anthonius zijn tijdelijke professie op 10 september 1936 in Witmarsum. (Friesland) Hij stond aan het begin van zijn prille, maar beslissende fase, van zijn monastieke leven. Een voortgezette vormingstijd die drie jaar zou duren. Tijdens deze periode kreeg zijn behoefte aandacht en mocht hij bijzondere hulp verwachten van de gemeenschap bij het gebedsleven, zijn roeping, geloften, studie, arbeid en het aanvaardden van verantwoordelijkheden.

De plechtige professie deed hij op 10 september 1939 in Culemborg. Het doen van deze plechtige professie moest op eigen verzoek aan de overste worden gevraagd. Deze toetste in overleg met de gemeenschap de geestelijke en menselijke vooruitgang, waarna een stemming uitsluitsel moest geven. Bij deze plechtige professie deed Gerardus Anthonius afstand van zijn bezittingen en verbond zich voor het leven aan de geloftes. De weg naar het priesterschap zou door verdere studie nog zeker drie jaar duren.

 

  

 

Op 18 juni 1941 werd Gerardus Anthonius van Schaik in Den Bosch tot priester gewijd. Augustijn 'Michael van Schaik' bood zich aan voor de missie maar moest vanwege de oorlog tot 1946 wachten voor hij naar Bolivia kon vertrekken. Tot die tijd werkte hij de in parochie van Culemborg. 

De missie in Bolivia was in 1930 aanvaard. De eerste missionarissen die er arriveerden troffen er een vaak achterdochtige inheemse bevolking aan, in een land waar samenwerking en verstrengeling van kerk en staat een feit was. Kerken, kapellen en kloosters waren enkel en alleen tot stand gekomen dankzij staatssteun. Ze waren amper voorbereid met betrekking tot taal en cultuur. Het enthousiasme van deze pioniers kon niet voorkomen dat de eerste groep zich na een jaar alweer terug trok naar Nederland. Niet veel later werd een tweede poging gewaagd. Onder leiding van de stichter van de augustijnen in Bolivia, Thomas v/d Vloodt, vestigden zij zich opnieuw in het gebied Sud Yungas even buiten de hoofdstad van Bolivia, La Paz. 

Alvorens naar Bolivia te vertrekken werkte Gerardus Anthonius van Schaik in 1946 in het Labrehuis te Eindhoven. De Augustijnen hielden zich sinds 1945 bezig met de Labrehuizen in Utrecht, Eindhoven en Nijmegen waar ze zwervers en daklozen een tijdelijk onderdak boden.

 

De eerste twee jaar in Bolivia werkte hij in Quime, provincie Inquisivi, met het uitgestrekte arme gebied daaromheen. Later werkte hij nog in Irupana, een dorp in de Sud Yungas, departement La Paz. Na een jaar als pastoor in Irupana volgde hij Emilio de Rooij op in Chulumani, de hoofdstad van de Sud Yungas, die daar pastoor was geweest. Gerardus Anthonius van Schaik heeft daar een belangrijke rol gespeeld in het tot stand komen van een middelbare school. Het was in veel gevallen een bergachtig gebied, moeilijk bereikbare dorpjes waar men vooral arme agrarische bevolking aantrof. Men moest vaak urenlang reizen met ezels of boven op de lading van voortkruipende vrachtwagens. De eerste jaren dat 'Miquel van Schaik' in het binnenland werkte, ging hij onvermoeibaar op stap, lopend of op de muilezel om de meest afgelegen dorpjes te kunnen bezoeken. Ook later in de stad La Paz, waar hij de meeste tijd werkte, op de grote hoogte, met sterk dalende en stijgende straten en straatjes liep hij iedereen voorbij. Toch was het zijn gezondheid die hem in 1955 dwong om het pas één jaar oude parochieteam in Camagüey in Cuba te gaan versterken. Hij bleef er tot 1961 werkzaam toen ze, na lange tijd te zijn geterroriseerd, door het regiem van Fidel Castro werden gesommeerd het land te verlaten. Ondanks deze gebeurtenissen bleef hij contact houden met de priesters in Cuba. Er werd over en weer geschreven en hij volgde de gebeurtenissen in het land op de voet. In een brief die hij in juli 1962 schrijft zegt hij: "Wat zou ik er veel voor over hebben om daar weer te mogen werken.Want het heimwee naar Cuba krijg ik er niet meer uit, geloof ik..!"  Gerardus 'Miquel' Anthonius van Schaik keert terug naar Bolivia, en pakt zijn werkzaamheden in de parochie van La Paz weer op.

 

      

De eerste auto in Chulumani (Bolivia)

   

Bij een 12½ jarig priesterfeest in La Paz

 

Eenmaal terug in La Paz vond hij in het Legioen van Maria wat hij in Cuba bij de Katholieke actie had gevonden. Hij werd in 1963 nationaal adviseur van het Legioen en bleef dit tot 1967. Ondertussen was in 1962 zijn belangstelling gewekt voor het "Cursillos de Cristiandad". (Scholing van leken. Een oorsponkelijk uit Spanje afkomstige methode van zeer intensieve weekend-cursussen voor vorming van volwassenen in geloofsleer- en beleving) Hiervan werd hij in 1970 directeur en is deze functie blijven uitoefenen tot aan zijn overlijden. Tevens was hij van 1971 tot 1975 "secretario ejecutivo" van de priesteraad van het bisdom. In deze functie werd hij de raadsman van Mgr.Manrique, de aartsbisschop van La Paz. Hij heeft veel betekent voor de "Spaar- en Leen-Coöperatie" van de parochie, waarvoor hij kort na de oprichting, in zijn functie als pastoor, de verantwoordelijkheid nam.  

 

Zijn temperament en zijn karakter hadden alles in zich om hem uit te laten groeien tot een hard en tiranniek mens. Hij deed zich dan ook vaak zo voor, hard voor anderen en hard voor zichzelf. Hij ging recht op zijn doel af en stond op goede voet met de bisschoppen die hij even zo goed dorst aan te pakken. Onvervaard en onstuimig, en het stoorde menigeen dat hij alle mogelijke vergaderingen bijwoonde, dat hij er met zijn koffertje op uitrok om ergens de eucharistie te gaan vieren, omdat het weleens de indruk wekte dat hij zich niets aantrok van het feit of het wel iets uithaalde. Het is zelfs voorgekomen dat hij aankwam uit Nederland na een korte vakantie, en bij de verwelkoming zei: "Ik moet nu weg, want ik heb een vergadering". Hij was een ras-predikant en leraar en sprak uitstekend Spaans. Hij was een prettige medebroeder, kon goed lachen, ook om zichzelf, en werd bewondert door velen. Het goede hart dat achter dit alles schuilging heeft ervoor gezorgd dat zeer veel mensen echt bedroefd waren bij zijn overlijden. De Bolivianen, die hij echt beminde, hebben bij de begrafenis getoond dat de liefde wederzijds was.

 

      
    

 

Het militair vliegtuig dat op 2 maart 1976, 's morgens om half twaalf, tussen Camiri en Charagua tegen een bergtop vloog, veroorzaakte een opwinding op vele plaatsen in Bolivia. Onder de passagiers was er één, wiens naam als een lopend vuurtje verspreid werd langs de telefoonkabels en radioverbindingen: "Padre Miquel van Schaik" , directeur van de "Cursillos de Cristiandad" zou zich onder de slachtoffers van deze luchtramp bevinden. In eerste instantie was het vliegtuig vermist. Met helicopters en particuliere vliegtuigen werden de dichte bossen van de Chaco van Bolivia afgezocht. Het duurde twee dagen alvorens men het wrak wist te localiseren. Op slechts vijf kilometer van Camiri en op vijftig meter afstand van een bergtop. Helicopters brachten de slachtoffers naar het dichtstbijzijnde vliegveld, vanwaar ze naar verschillende plaatsen werden gebracht om te worden overgedragen aan de respectievelijke families. De oorzaak van het ongeluk is nog altijd onbekend. De weersomstandigheden werden als normaal omschreven. Het toestel was van de Boliviaanse luchtmacht, registratienummer TAM-76, was kort daarvoor aangekocht van Israël en op een routinevlucht tussen Camiri en Santa Cruz. In totaal kwamen 22 passagiers en 2 bemanningsleden om het leven.

 

Ooggetuigen verklaarden later dat Miquel van Schaik een vliegbiljet (ticket) bij zich had van de Boliviaanse Oliemaatschappij, die op dezelfde route vloog. Hij had dit ticket laten overboeken, omdat het militaire vliegtuig twee uur eerder vertrok. 

 

 

Bij de verschillende begrafenisplechtigheden was een overweldigend groot aantal belangstellenden. De pauselijke nuntius, vier bisschoppen, ongeveer honderd priesters en talloze gelovigen, onder wie veel Nederlanders, alsook twaalf Nederlandse augustijnen. Tegen alle gemeente-verordeningen in werd de kist op de schouders van zijn vrienden door de straten van La Paz gedragen. Daar de parochiekerk voor alle belangstellenden te klein bleek, brachten ze "Padre Miquel" over naar de kathedraal van La Paz. Na de dienst is zijn stoffelijk overschot bijgezet in het mausoleum van de Salesianen op het stadskerkhof van La Paz.

 

 

      

De rouwstoet door de straten van La Paz

 

Dankzegging

 

De kathedraal van La Paz

        

 

 

 

 

to Top of Page